Dutch/Example 2

From Wikibooks, open books for an open world
Jump to navigation Jump to search

Beginner level Intermediate level Advanced level
Cycle 1 Quiz Cycle 2 Quiz Cycle 3 Cycle 4 Cycle 5 Cycle 6
Main Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Les 9 Les 10 Les 11 Les 12 Les 13 Les 14 Les 15 Les 16 Les 17 Les 18 Les 19 Les 20 Les 21 Les 22 Les 23 Main
Practice Les 1A Les 2A Les 3A Les 4A Les 5A Les 6A Les 7A Les 8A Les 9A Les 10A Les 11A Les 12A Les 13A Les 14A Les 15A Les 16A Practice
Examples Vb. 1 Vb. 2 Vb. 3 Vb. 4 Vb. 5 Vb. 6 Vb. 7 Vb. 8 Vb. 9 Vb. 10 Vb. 11 Vb. 12 Vb. 13 Vb. 14 Vb. 15 Vb. 16 Examples
Main page Introduction Pronunciation Vocabulary Index News

Beginner level: cycle 1
Voorbeeld 2 ~ Example 2

Kinderwoorden ~ Children's vocabulary

Ik ben een muzikant
Schaatsen
De wielen van de bus

Music![edit]

  1. Study the following text
  2. Use the vocabulary box on the right to memorize the words, make sure you answer including the article: "de muzikant", not just: "muzikant".
  3. Then go look at this video
Ik ben een muzikant
ik zorg voor uw muziek
en ik bespeel
ja, hij bespeelt
de piano
de trombone
de doedelzak
de trompet


Skating![edit]

Did you know that skating was a Dutch invention, or more precisely a Frisian one?

In winter much of the land there used to be flooded and people needed to move over the ice when it froze, so they bound sharpened bones or antlers under their feet and invented skating

  1. Study the following text
  2. Use the vocabulary box on the right to memorize the words.
  3. Then go look at this video
Schaatsen op het water,
op het grote IJsselmeer,
schaatsen op het water,
heen en terug en nog een keer.
Het water is bevroren,
het water is heel hard.
Dan moet je blijven schaatsen,
anders val je op je gat.
Friesland
Translation • Example 2 • Schaatsen
Skating on the water
On the big IJsselmeer
Skating on the water
back and forth and once again
The water is frozen
The water is rock solid
Then you have to continue skating
Otherwise you fall on your arse


Riding the bus![edit]

  1. Study the following text
  2. Use the vocabulary box on the right to memorize the words.
  3. Then go look at this video
De wielen van de bus gaan rond en rond
als de bus gaat rijden
De deuren van de bus gaan open en dicht
De lampen van de bus gaan aan en uit
De mensen in de bus gaan op en neer
De wissers van de bus gaan heen en weer
De toeter van de bus zegt toe-toet-toet
De bel in de bus doet tring-tring-tring
als de bus moet stoppen
De deuren van de bus gaan open en dicht
als de bus gestopt is
De buschauffeur zegt: dag allemaal!


Quizlet[edit]

The vocabulary of this lesson can be practiced at Quizlet (32 terms)

Progress made[edit]

If you have studied the above lesson you should have:

  1. learned about skating as a national sport in the Netherlands
  2. expanded your vocabulary about music and about buses.

Cumulative vocabulary count:

  1. Les 1: 116 terms, Les 1A: 89 terms. Example 1: 21 terms. Total 226 terms.
  2. Les 2: 82 terms Les 2A: 47 terms. Example 2: 32 terms Total 161 terms
  3. Grand total 387 terms