Dutch/Lesson 13

From Wikibooks, open books for an open world
Jump to: navigation, search

Les 13 ~ Lesson 13


<< Les 12 | Les 13 | Les 14 >>


Gesprek 13[edit]

Nathalie is een Franse toeriste die korte tijd op bezoek is in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam. Zij heeft veel goeds gehoord over de plaatselijke musea en besluit het bekende Rijksmuseum te gaan bekijken. De uitgebreide verzameling Oude Meesters uit de Gouden Eeuw is wereldberoemd. Een jongeman spreekt haar aan in een van de achterste zalen van het museum.

Goedemiddag, heeft U dat prachtige doek van Rembrandt gezien?
Goedemiddag, welk doek bedoel je? Het linkse of het rechtse?
Ik bedoel dat linkse daar, waarvan de donkere delen zo sterk afsteken tegen dat gouden, lichte deel in het midden. Is het niet fantastisch hoe enorm Rembrandt je blik weet vast te houden?
Ja, dat is waar. Je blijft kijken en hoe langer je kijkt des te meer het beeld gaat leven.
Ja, het is een waar wonder te zien hoe die mensen die al lang dood zijn toch weer tot leven komen.
Het is prachtig. Je houdt erg van deze bijzondere stijl, geloof ik?

More about adjectives[edit]

Dutch adjectives are only a little more complicated than their English counterparts. An adjective generally occurs in two forms, an undeclined one and a declined one, ending in -e. Which one is used depends on a number of factors.

Predicative versus attributive[edit]

In general the undeclined form is used for a predicate, the declined form if the adjective is used as an attribute. Japanese speakers may recall the rules about na-type adjectives for this case:

predicative: dit huis is prachtig - this house is gorgeous
attributive: dit prachtige huis - this beautiful house

Gender and indefiniteness[edit]

There is an important exception to the above main rule. If an adjective is used attributively before a singular neuter word in the indefinite case, it remains undeclined:

het mooie huis (definite)
een mooi huis (indefinite)
mooi werk ! (indefinite uncountable)

The 'indefinite' case includes words like geen, welk?, ieder etc.:

dit is geen mooi huis.

Adverbial use[edit]

Dutch adjectives can be used as adverbs without further ado, this contrasts with English where the ending "-ly" is usually required. Compare:

attributive
een langzame afdaling - a slow descent
predicative
de afdaling is langzaam - the descent is slow
adverbial
hij daalde langzaam af - he descended slowly


Substantives[edit]

The adjective can be made independent as a substantive, in which case it does carry an -e in the predicate:

dat is een mooie - that is a nice one

(Notice that Dutch does not add 'one' in this case).

The same holds for possessive pronouns, e.g.:

dat is de mijne - that's mine.

Comparatives and superlatives[edit]

In English a few adjectives form comparatives and superlatives by adding "-er" and "-(e)st". Dutch follows the same pattern.

hoog - hoger - hoogst
high - higher - highest

However, in contrast to English this pattern is used for almost all Dutch adjectives, even for long ones and when formidable consonant clusters form.

interessant - interessanter - interessantst
interesting - more interesting - most interesting

After "-r" often a dental is inserted:

helder - helderder - helderst

For a few words ending in "-s" or "-isch" Dutch resorts to paraphrase as English does far more often;

fantastisch - fantastischer - meest fantastisch

Comparatives and superlative receive the ending -e as all adjectives:

de mooiste bloemen
de meest fantastische webstek

As in English a few adjectives have irregular forms:

goed - beter - best
good - better - best
weinig - minder - minst
little/few - less/ fewer - least/ fewest
veel - meer - meest
much/many - more - most

Participles[edit]

As in English a participle behaves as an adjective and in most cases it receives the suffix "-e" as described above:

gekookte aardappels
kokende olie

An exception is the past participle of a strong verb that ends in "-en". It does not take an -e in attributive cases.

gebakken aardappels

Only as a substantive does it receive "-e":

dit is een gevangene - this is a prisoner (lit. a 'caughtee')

The adjective eigen (own) also follows this pattern. In fact, it descends from an old past participle.

Je eigen huis. - Your own house
Het eigen huis. - The owned house
Het eigene van de streek - The typical quality of the region
Deze streek heeft iets eigens - This region has something special

In contrast to English the present participle is seldom used to initiate a clause:

The train departing from platform 6 is delayed
De van perron 6 vertrekkende trein is vertraagd
De trein die van perron 6 vertrekt is vertraagd.

Vertrekkende would seldom be used after trein.

Alle treinen, vertrekkende van perron 6 -> Alle treinen die van perron 6 vertrekken.

The first construction is technically correct but sounds overly formal.

By contrast, past participles are occasionally found in such a construction, particularly if other attributes are already prefixed:

Het uitgestrekte gebied verloren bij het verdrag van XXX werd heroverd.
The vast territory lost at the treaty of XXX was regained by conquest.

Materials[edit]

As in English adjectives that indicate a material end in "-en":

wollen - woolen

They are indeclinable and are only used attributively:

de wollen muts

To express the predicate, the preposition van is used:

de muts is van wol.

Other endings[edit]

Dutch lost its case endings more recently than English did and it is not uncommon to encounter endings like "-er", "-en" etc. in frozen expressions:

te goeder trouw (dat. fem. sg.) -- in good faith
in koelen bloede (dat neut. sg.) -- in cold blood
goedenavond! (acc masc. sg.) -- good evening!
van ganser harte (dat. fem. sg., despite hart being neuter) -- with all my heart
te gelegener tijd (dat fem. sg.) -- at a convenient time

The latter contrasts with ten tijde van where tijd in shown as a masculine dative... Clearly the case system was getting pretty corrupt before most of it got abolished in official spelling (1947).

Partitive -s[edit]

One form of case ending is still productive. After words that indicate a quantity such as iets, wat, niets. veel an adjective gets a genitive (partitive) "-s":

iets moois - something beautiful
veel liefs - a lot of love
iets wikibooksachtigs - something like wikibooks
YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 13 • adjectives

Put the (adjectives) in the following in the right form:

  1. De (prachtig) schilderijen van Rembrandt zijn in de (heel) wereld (beroemd)
  2. Er valt niets (beter) te doen
  3. (Goed) wijn behoeft geen krans
  4. Hij heeft een (goed) hart en een (sterk) arm
  5. Dat is een (helder),(begrijpelijk) uiteenzetting
  6. Is dat een (zilveren) of een (platina) ring?
  7. Wat een (groot) land zijn de (Verenigd) Staten toch!
  8. (Welk) schilderij? Bedoel je het (links) of het (rechts)?
  9. De (achterst) zaal is wat (kleiner) dan de (voorst).
  10. De (donker) delen van het doek contrasteren (sterk) met de (licht).
SOLUTION • Dutch/Lesson 13 • adjectives
  1. De prachtige schilderijen van Rembrandt zijn in de hele wereld beroemd.
  2. Er valt niets beters te doen.
  3. Goede wijn behoeft geen krans.
  4. Hij heeft een goed hart en een sterke arm.
  5. Dat is een heldere, begrijpelijke uiteenzetting.
  6. Is dat een zilveren of een platina ring?
  7. Wat een groot land zijn de Verenigde Staten toch!
  8. Welk schilderij? Bedoel je het linkse of het rechtse?
  9. De achterste zaal is wat kleiner dan de voorste.
  10. De donkere delen van het doek contrasteren sterk met de lichte.