Dutch/Vocabulary/Time

From Wikibooks, open books for an open world
Jump to navigation Jump to search
De tijd
Time
het horloge
Watch
de wekker
Alarm
de klok
Clock
de wijzer
Hand, Indicator
de eeuw
Century
het jaar
Year
de maand
Month
de week
Week
de dag
Day
het uur
Hour
het kwartier
Quarter of an hour
de minuut
Minute
de seconde
Seconde
het heden
Present
de toekomst
Future
het verleden
Past
De tijd
Time
vandaag
Today
morgen
Tomorrow
gisteren
Yesterday
overmorgen
Day after tomorrow
eergisteren
Day before yesterday
onlangs
Recently
voortaan
Henceforth
sindsdien, sedertdien
Ever since
vaak, dikwijls
Often
soms
Somtimes
zelden
Seldom
dagelijks
Daily
altijd
Always
nooit
Never
nu
Now
toen
Then