Dutch/Vocabulary/Months of the year

From Wikibooks, open books for an open world
Jump to navigation Jump to search
het jaargetijde
season de maand
month
de winter
winter de januari
Januari
de februari
Februari
de maart
March
de lente
spring de april
April
de mei
May
de juni
June
de zomer
summer de juli
July
de augustus
August
de september
September
de herfst
autumn, fall de oktober
October
de november
November
de december
December