Dutch/Vocabulary/Eating

From Wikibooks, open books for an open world
Jump to navigation Jump to search
Wij gaan naar het restaurant.
We are going to the restaurant
Hebben jullie honger?
Are y'all hungry?
Wat eten we?
What do we eat?
Ik ben eten aan het klaarmaken.
I am preparing food
Eet smakelijk!
Enjoy your meal
Ik drink een glas water.
I'm drinking a glass of water
Heeft u honger?
Are you hungry?
Gaan ze naar het restaurant?
Are they going to the restaurant?
ik houd niet van vis.
I don't like fish
Ik kan geen kaas eten.
I cannot eat cheese
Ik houd van sinaasappelsap.
I like orange juice
Wij eten spaghetti.
We are eating spaghetti
We eten elke week rundvlees.
We are eating beef every week
Kalfsvlees is duur.
Veal is expensive
Piet eet een appel.
Pete is eating an apple
Wie maakt het eten klaar ?
Who is preparing the food?
Wat wil je eten ?
What do you want to eat?
Ik heb dorst.
I am thirsty
Ik drink water.
I'm drinking water.

Quizlet[edit]

This set can also be practiced at Quizlet (19 terms)