Dutch/Lesson 5/Key 1

From Wikibooks, open books for an open world
< Dutch‎ | Lesson 5
Jump to: navigation, search
  1. Kunt u mij vertellen waar ik het station kan vinden.?
  2. Zeker, neem de derde straat aan uw rechter hand.
  3. Als u de weg volgt, dan vindt u het station aan de linker kant.
  4. Het is een prachtig gebouw. U kunt het niet missen.
  5. Ik vind het wel
  6. Hij volgt de weg en vindt zijn bestemming
  7. Dat gebouw ziet er inderdaad mooi uit.
  8. Vind je ook niet?

  1. Kunt 2nd pers. formal. vertellen inf. Kan0 1st person vinden inf.
  2. Neem 0 imperative
  3. volgtt 2nd pers. vindt 2nd pers.
  4. is 3rd person irregular. kunt 2nd person. missen infinitive.
  5. vind 0 1st person
  6. volgt 3rd person vindt same.
  7. ziet 3rd person
  8. vind 0 2nd pers informal reverse order.

  1. Take the train! -Neem de trein!
  2. Can you (inf.) tell folktales? - Kun je volksverhalen vertellen?
  3. The station is in the next street - Het station is in de volgende straat
  4. We can follow the road. - We kunnen de weg volgen.
  5. What is the street on the left called? - Hoe heet de straat aan de linker kant?
Notice the word order in 4: the infinitive is put at the end of the sentence.